Jodiumtekort | Ook een Nederlands probleem
Tijdens de zwangerschap is het ongeboren kind afhankelijk van de moeder voor de groei. Alle daarvoor benodigde bouwstenen komen of uit de voeding van de moeder of uit de beschikbare voorraden die de moeder heeft. Het mag duidelijk zijn dat de voeding van de moeder voldoende bouwstenen moet bevatten om aan de behoefte van het ongeboren kind te kunnen voldoen.
Van vele van deze bouwstenen wordt aangenomen dat de voeding voldoende bevat om aan de toegenomen behoefte te voldoen. Of dat werkelijk zo is valt nog te bezien maar voor een aantal bouwstenen is duidelijk dat er aanvullende maatregelen nodig zijn om de ontwikkeling van het kind zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Dat betekent niet direct dat er allerlei ontwikkelingsstoornissen optreden indien de adviezen niet volledig worden gevolgd, maar het verhoogt wel de kans op een gestoorde ontwikkeling. Verder betekent het dat de kans op een optimale ontwikkeling verminderd is, waarvan de gevolgen van die minder optimale ontwikkeling niet altijd direct na de geboorte zichtbaar hoeven te zijn. Een van die bouwstenen is inmiddels uitgebreid bekend, namelijk het foliumzuur.
Veel minder bekend is dat dit ook geldt voor jodium. Jodium is voor de ontwikkeling van de hersenen essentieel en onmisbaar. Aangezien jodium van nature nauwelijks voorkomt in onze voeding wordt het toegevoegd aan het zout (Jozo zout) en broodzout. Om te voorkomen dat zich in de bevolking een vergrote schildklier (struma) of cretinisme (dwerggroei met vaak ook neurologische afwijkingen) ontwikkelt, wordt 150 microgram jodium per dag voldoende verondersteld.
Op het moment dat de vrouw zwanger is krijgt zij, zeker in de Westerse maatschappij, diverse voedingsadviezen mee. Een belangrijk advies is het verminderen van de zoutinname. Regelmatig besluit het gezin op dat moment het zout in de keuken te verminderen. Uiteraard leidt dit tot een verminderde jodiuminname, niet alleen voor de vrouw maar ook voor de andere gezinsleden. Dat hoeft niet direct een probleem te zijn als de jodiuminname zonder deze zoutbeperking maar ruim voldoende is. Het is daarom van belang een inschatting te kunnen maken van de gemiddelde jodiuminname van vrouwen en mannen in Nederland. Gelukkig heeft het RIVM dat recentelijk in 2006 nog eens gedaan. De conclusie van het RIVM luidt dat de jodiuminname in Nederland voldoende is. Belangrijke kanttekening daarbij is dat wij hier over gemiddeld voldoende spreken en dit niets zegt voor de individuele burger. Het is dus van groot belang om naar de getallen van verschillende subgroepen te kijken. Het RIVM heeft dat ook zelf bekeken maar rept daar in de uiteindelijke conclusie niet meer over.
Juist om risicogroepen te kunnen aanwijzen vinden wij het wel van belang om door de getallen te lopen. Onderstaande tabel, overgenomen uit het RIVM onderzoek laat het heel duidelijk zien.

Zoals uit de tekst duidelijk is hanteert ook het RIVM de WHO norm voor het vaststellen van jodiumtekort. Als de het jodium gehalte in de urine onder de 100 microgram per liter is is er sprake van een jodiumtekort, gemiddeld genomen op bevolkingsniveau. Kijken we nu naar de tabel dan zien we dat de vrouwen in Nederland een jodiumtekort hebben. Zorgelijk wordt het voor de groep vrouwen die een zwangerschapswens hebben. Enerzijds hebben zij al een zeer beperkte jodiuminname, anderzijds verlangt het ongeboren een verhoging van de inname. De WHO is daar ondubbelzinnig in met onderstaand advies:

Met deze hogere jodiumadviezen tijdens zwangerschap en borstvoeding zijn er natuurlijk ook andere criteria voor de hoeveelheid jodium in de urine. Voor zwangere vrouwen geldt een veilige marge tussen de 150 en 250 microgram per liter urine. Jodiumuitscheiding onder de 150 microgram per liter betekent een jodiumtekort binnen de onderzochte groep zwangere vrouwen. Uiteraard spreken we hier weer over gemiddeld op bevolkingsniveau en zegt dat niets over de individuele zwangere vrouw. Kijken we nu opnieuw naar het jodiumgehalte in de urine bij vrouwen dan is het zeer moeilijk voor te stellen hoe vrouwen die al een jodiumtekort hebben naar een jodium gehalte in de urine moeten komen wat 50% boven hun oorspronkelijke waarde ligt. Zeker als we ons realiseren dat er ook nog een zoutbeperkend advies wordt gegeven.
In Amerika heeft de American Thyroid Association hierover enkele jaren geleden al een advies voor opgesteld, hetgeen er op neer komt dat zwangere vrouwen tijdens de zwangerschap en borstvoeding extra jodiuminname wordt geadviseerd. Dit past binnen de huidige adviezen ten aanzien van foliumzuur en vitamine D. Ook het recente rapport van de Gezondheidsraad besteedt geen aandacht aan de richtlijn die door de WHO is uitgegeven. Nationale richtlijnen vanuit diverse organisaties moeten in ziekenhuizen door artsen worden ingevoerd of beargumenteerd gewijzigd worden ingevoerd. Ook dienen overheids- of nationale gezondheidsorganisaties wereldwijde richtlijnen op landelijk niveau in te voeren dan wel wetenschappelijk onderbouwd af te wijzen, zeker als het richtlijnen van de World Health Organization betreft, en al helemaal als het welzijn van onze toekomst ermee gemoeid is. Het is jammer op te moeten merken dat na twee jaar werken aan een advies met betrekking tot jodium een al 4 jaar oud WHO advies niet is meegenomen. Verder is het natuurlijk jammer te moeten opmerken dat de Gezondheidsraad alleen de conclusies van het RIVM rapport heeft overgenomen zonder het rapport in zijn totaliteit te beoordelen en daarmee te komen tot een samenhangend advies voor zwangeren maar uiteraard ook voor de vrouwen als totale risicogroep.
Concluderend moet gesteld worden dat er nog een hoop onafgemaakt werk ligt te wachten als het gaat om de zwangere vrouwen in Nederland ten aanzien van een jodiumadvies wat in lijn is met het WHO advies. Daarnaast is het van belang een uitgebreider onderzoek te starten naar de huidige situatie en een goed controlesysteem op te zetten. Wat dat betreft is er niets makkelijker dan te beginnen met zwangere vrouwen en kinderen die vrijwel allemaal verloskundigen en consultatiebureaus bezoeken. Het huidige advies van de Gezondheidsraad is daarvoor onvoldoende.