Mild jodiumtekort veroorzaakt hoger cholesterol bij muizen.
Cholesterol verlaagd bij voldoende jodiuminname en is verhoogd bij een te lage inname
Recent is een publicatie verschenen over de relatie tussen jodiuminname en het cholesterol gehalte. In het onderzoek werden de muizen in verschillende groepen onderverdeeld. De muizen werden onderverdeeld in 5 groepen, waarbij als uitersten een groep jodiumtekort had en een groep een overmaat aan jodium.
De resultaten toonden dat het gewicht tussen de verschillende groepen niet verschillend was na 8 maanden behandeling. De urine uitscheiding was zoals te verwachten in overeenstemming met de jodiuminname. Het niveau van de triglyceriden, het totaal cholesterol gehalte en het LDL werd hoger naarmate de jodiuminname lager was. In de groep met een ernstig tekort waren vooral het triglyceride en totaal cholesterol sterk verhoogd t.o.v. de groep met een normale jodiuminname. In de groep met een mild tekort was het vooral het triglyceriden en LDL cholesterol dat duidelijk verhoogd was. Verder werd er een continue dalende tendens gezien van triglyceriden en totaal cholesterol naarmate de jodium inname steeg. Verder werd een te verwachten afname van T4 en T3 hormoon gezien vooral in de groep met een ernstig tekort. Bij een mild tekort was dat veel minder duidelijk.
Op het onderzoek valt nog wel wat af te dingen. Men is namelijk vergeten om de andere nutriënten, waarvan bekend is dat die noodzakelijk zijn bij een optimale jodiumstofwisseling mee te wegen. Dat verklaard mogelijk waarom de effecten niet nog groter zijn. Eenvoudig doordat bij een toename van jodiuminname er een gelijktijdige hogere behoefte is van de andere nutriënten, anders zal het chemisch evenwicht weer gaan verschuiven, waardoor de gunstige reactie uiteindelijk trager gaat verlopen. Desalniettemin laat het onderzoek fraai het effect van jodium op de vetten zien.
Uit dier experimenteel onderzoek is al veel langer bekend dat een te lage jodiuminname leidt tot een verhoging van de slechte vetten in het bloed en daarmee het ontstaan van atherosclerose kan versterken. Wat dat betreft lijkt het erop alsof we onderzoek uit de jaren 40-50 van de vorige eeuw weer opnieuw herhalen. Verder heeft Zimmermann al eerder aangetoond dat bij kinderen met een mild jodiumtekort de toevoeging van jodium leidt tot een duidelijke verbetering van de cholesterol waarden.
Met het rapport van de WHO nog vers in het geheugen hebben 272 miljoen Europeanen minstens een mild jodiumtekort, waarvan 6 miljoen Nederlanders, lijkt het op z'n zachts gezegd zinvol om onderzoek te doen naar de preventieve waarde van jodium op het ontstaan van atherosclerose. Inmiddels worden zeer veel Nederlanders geconfronteerd met een te hoog cholesterol en risico op atherosclerose. Nu worden daar vooral dure medicijnen voor gebruikt, maar als jodium bij mensen een vergelijkbaar effect heeft dan is het voorkomen van een te hoog cholesterol mogelijk verbluffend simpel en tegelijkertijd elegant. In de jaren 30 is al aangetoond dat bij mensen een vergelijkbaar effect is te verwachten.
Cholesterol verlaagd bij voldoende jodiuminname en is verhoogd bij een te lage inname
Recent is een publicatie verschenen over de relatie tussen jodiuminname en het cholesterol gehalte. In het onderzoek werden de muizen in verschillende groepen onderverdeeld. De muizen werden onderverdeeld in 5 groepen, waarbij als uitersten een groep jodiumtekort had en een groep een overmaat aan jodium.
De resultaten toonden dat het gewicht tussen de verschillende groepen niet verschillend was na 8 maanden behandeling. De urine uitscheiding was zoals te verwachten in overeenstemming met de jodiuminname. Het niveau van de triglyceriden, het totaal cholesterol gehalte en het LDL werd hoger naarmate de jodiuminname lager was. In de groep met een ernstig tekort waren vooral het triglyceride en totaal cholesterol sterk verhoogd t.o.v. de groep met een normale jodiuminname. In de groep met een mild tekort was het vooral het triglyceriden en LDL cholesterol dat duidelijk verhoogd was. Verder werd er een continue dalende tendens gezien van triglyceriden en totaal cholesterol naarmate de jodium inname steeg. Verder werd een te verwachten afname van T4 en T3 hormoon gezien vooral in de groep met een ernstig tekort. Bij een mild tekort was dat veel minder duidelijk.
Op het onderzoek valt nog wel wat af te dingen. Men is namelijk vergeten om de andere nutriënten, waarvan bekend is dat die noodzakelijk zijn bij een optimale jodiumstofwisseling mee te wegen. Dat verklaard mogelijk waarom de effecten niet nog groter zijn. Eenvoudig doordat bij een toename van jodiuminname er een gelijktijdige hogere behoefte is van de andere nutriënten, anders zal het chemisch evenwicht weer gaan verschuiven, waardoor de gunstige reactie uiteindelijk trager gaat verlopen. Desalniettemin laat het onderzoek fraai het effect van jodium op de vetten zien.
Uit dier experimenteel onderzoek is al veel langer bekend dat een te lage jodiuminname leidt tot een verhoging van de slechte vetten in het bloed en daarmee het ontstaan van atherosclerose kan versterken. Wat dat betreft lijkt het erop alsof we onderzoek uit de jaren 40-50 van de vorige eeuw weer opnieuw herhalen. Verder heeft Zimmermann al eerder aangetoond dat bij kinderen met een mild jodiumtekort de toevoeging van jodium leidt tot een duidelijke verbetering van de cholesterol waarden.
Met het rapport van de WHO nog vers in het geheugen hebben 272 miljoen Europeanen minstens een mild jodiumtekort, waarvan 6 miljoen Nederlanders, lijkt het op z'n zachts gezegd zinvol om onderzoek te doen naar de preventieve waarde van jodium op het ontstaan van atherosclerose. Inmiddels worden zeer veel Nederlanders geconfronteerd met een te hoog cholesterol en risico op atherosclerose. Nu worden daar vooral dure medicijnen voor gebruikt, maar als jodium bij mensen een vergelijkbaar effect heeft dan is het voorkomen van een te hoog cholesterol mogelijk verbluffend simpel en tegelijkertijd elegant. In de jaren 30 is al aangetoond dat bij mensen een vergelijkbaar effect is te verwachten.
Atherosclerose, joodkalium en de lipoïdstofwisseling door prof. dr. C.D. de Langen
In het Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde werd in 1954 bovenstaand artikel gepubliceerd van professor de Langen. Het ging over de overeenkomst tussen de afwijkingen die vroeger werden gezien bij syfilis. Daarbij werden grote vetachtige afwijkingen gezien die sterk overeenkwamen met de afwijkingen die we zien bij atherosclerose en dan vooral de plaque vorming. De vetsamenstelling van beide was identiek. Opmerkelijk was dat de plaque bij syfilis vrijwel volledig verdween met jodium, als sneeuw voor de zon in een zeer korte tijd. Bij de bestudering daarvan kwam men uiteindelijk tot de conclusie dat jodium een sterke invloed moet hebben op die vetstofwisseling. Vandaar dat in die tijd werd begonnen met experimenten bij proefdieren. En ook daar bleek het te werken bij de vetophopingen die in de vaten voorkwamen en niet door syfilis werden veroorzaakt.
Daarnaast lijkt jodium de oplosbaarheid van cholesterol esters te verbeteren en de doorlaatbaarheid van de vaatwand te beïnvloeden. Daarbij wordt er in het artikel vanuit gegaan dat in de jaren die nog zullen volgen er verder onderzoek zal komen naar de preventieve waarde van jodium op atherosclerose en de vetstofwisseling. En ook toen werd al gewezen op het feit dat we onze geschiedenis niet mogen vergeten bij ons onderzoek om gezondheid te bevorderen. Helaas deed kort hierna de wereld van de medicijnen haar intrede. Vanaf dat moment is het hek van de dam en wordt het verwachte onderzoek niet meer uitgevoerd, vergeten we alle wijze woorden en resultaten uit die tijd. Om vervolgens anno 2010 te doen alsof we iets heel nieuws hebben gevonden; jodium heeft een positief effect op onze vetstofwisseling. Het is echter niets nieuws maar eenvoudig oud en vergeten kennis. Jammer dat vooruitgang zo lang moet duren.
In het Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde werd in 1954 bovenstaand artikel gepubliceerd van professor de Langen. Het ging over de overeenkomst tussen de afwijkingen die vroeger werden gezien bij syfilis. Daarbij werden grote vetachtige afwijkingen gezien die sterk overeenkwamen met de afwijkingen die we zien bij atherosclerose en dan vooral de plaque vorming. De vetsamenstelling van beide was identiek. Opmerkelijk was dat de plaque bij syfilis vrijwel volledig verdween met jodium, als sneeuw voor de zon in een zeer korte tijd. Bij de bestudering daarvan kwam men uiteindelijk tot de conclusie dat jodium een sterke invloed moet hebben op die vetstofwisseling. Vandaar dat in die tijd werd begonnen met experimenten bij proefdieren. En ook daar bleek het te werken bij de vetophopingen die in de vaten voorkwamen en niet door syfilis werden veroorzaakt.
Daarnaast lijkt jodium de oplosbaarheid van cholesterol esters te verbeteren en de doorlaatbaarheid van de vaatwand te beïnvloeden. Daarbij wordt er in het artikel vanuit gegaan dat in de jaren die nog zullen volgen er verder onderzoek zal komen naar de preventieve waarde van jodium op atherosclerose en de vetstofwisseling. En ook toen werd al gewezen op het feit dat we onze geschiedenis niet mogen vergeten bij ons onderzoek om gezondheid te bevorderen. Helaas deed kort hierna de wereld van de medicijnen haar intrede. Vanaf dat moment is het hek van de dam en wordt het verwachte onderzoek niet meer uitgevoerd, vergeten we alle wijze woorden en resultaten uit die tijd. Om vervolgens anno 2010 te doen alsof we iets heel nieuws hebben gevonden; jodium heeft een positief effect op onze vetstofwisseling. Het is echter niets nieuws maar eenvoudig oud en vergeten kennis. Jammer dat vooruitgang zo lang moet duren.