Jodium in urine is afhankelijk van seizoen maar niet van etnische achtergrond.

Recent is een artikel gepubliceerd waarin werd gekeken of veranderingen in de jodiumuitscheiding in de urine, die een indicatie geeft over de jodiuminname, afhankelijk zijn van het seizoen of rassenverschillen. Er bleek geen verschil te bestaan tussen de autochtone Belgen, Turken, Marokkanen of Congolesen. Wel bleek er een duidelijk verschil te zijn tussen de verschillende seizoenen.
In de herfst en winter zijn de jodiumspiegels in de urine aanmerkelijk lager dan in het voorjaar en de zomer. Wat dat betreft vertonen de jodiumspiegels een grote overeenkomst met de vitamine D spiegels die eenzelfde patroon vertonen. Overigens was al veel langer bekend dat er een groot verschil is tussen de winter en de zomer. Vrijwel alle dieren kennen eenzelfde variatie, die voortkomt uit de lagere jodiumconcentraties in de gewassen en ook vissen gedurende de winter. Alleen bij de koeien is dat verschil precies andersom vanwege de kunstmatige voeding en het daarin aanwezige jodium. Koeien die biologisch worden gehouden kennen dezelfde verdeling als bij mensen, laag in de winter, hoger in de zomer. Dat komt overeen met de verhoging van TSH spiegels in de winter en een verlaging in de zomer welke in de literatuur wordt beschreven. Overigens kon in dit onderzoek die variatie niet worden aangetoond. Wel was het T3 duidelijk verhoogd in de winter, hetgeen past bij een lagere jodiuminname.

Nog steeds heeft 75% van de Belgen een jodiumtekort
Veel zorgelijker zijn de gegevens over de jodiumuitscheiding. Bijna 75% van de onderzochte Belgen heeft een jodiumuitscheiding onder de 100 microgram/liter en heeft dus een mild jodiumtekort. Zelfs 30% heeft een uitscheiding onder de 50 microgram per liter en is heeft zelfs een matig-ernstig tekort.
Alle rapporten van de WHO, alle publicaties over de nadelige effecten van jodiumtekort, de nieuwe Belgische richtlijn over jodium in het zout (alweer anderhalf jaar oud) en alle inspanningen van onder andere Belgische WHO expert en jodiumdeskundige Francois de Lange hebben niets opgeleverd. De Belgen zijn weer terug in de Middeleeuwen. Die maatschappij had echter een geldig excuus, jodium was toen nog niet bekend. Dat excuus hebben de huidige beleidsmakers niet. Er zijn tientallen verontrustende publicaties en rapporten.

België is één van de Europese landen met het grootste percentage burgers met een jodiumtekort blijkt ook nu weer. Wat voor Nederland geldt, geldt ook voor België. Overheden en officiële adviesorganen nemen onvoldoende maatregelen om de burgers optimaal te beschermen tegen tekorten van jodium, maar ook van vitamine D, dat vergelijkbare cijfers kent.

Mogelijk dat er eerst moet worden begonnen met de personen bij deze instanties zelf, zodat beleidsmakers optimaal kunnen genieten van de bewezen positieve effecten op hun intelligentie en sociaal gedrag. Overigens geldt dat voor bijna alle Europese landen. Er is immers geen andere verklaring waarom wordt gewacht met maatregelen als meer dan 50% van een bevolking een tekort heeft. Op dit gebied lijkt Europa zo langzamerhand steeds meer op een ontwikkelingsland uit de 70-er jaren.

Maar waarschijnlijk is het beter dat burgers hun eigen verantwoordelijkheid nemen en zelf zorgen voor voldoende jodiuminname en tegelijkertijd de politiek bestoken met hun zorgen en een pakket van maatregelen afdwingen die de inname van onze essentiële bouwstenen garandeert.
Voor wat betreft jodium moeten we af van het klassiek idee dat dit alleen via het zout aan de voeding moet worden toegevoegd. Gezien de ernst van het probleem dienen alle alternatieven worden overwogen, desnoods via het kraanwater. Waarschijnlijk zullen de oude wijze heren die vernieuwende denkbeelden wel weer tegenhouden met alle gevolgen van dien.