Een kernramp in Europa en het effect van jodiumtekort.
(Europa loopt meer risico dan Japan bij een kernramp)

Introductie

Een kernramp is een van de meest ernstige ongevallen die de natuur, en dus ook mensen, kan treffen. De schade is onder te verdelen in directe schade en schade op langere termijn.
In dit geval beperken we ons tot de effecten van I-131 (jodium-131) de stof die overblijft na kernsplijting. De half-waarde tijd van I-131 is ongeveer 8 dagen. Tijdens een fall-out zullen hoge spiegels van I-131 aanwezig zijn, dat kan zowel op land, in water maar kan uiteraard ook stapelen in de voedingsketen.

De gevolgen van blootstelling aan hogere spiegels I-131 zijn divers maar de belangrijkste effecten zijn:
Het ontstaan van schildklierkanker
Het ontstaan van mutaties en mogelijk het optreden van andere soorten kanker.
Dit risico is het grootst bij kinderen en bij volwassenen iets lager.
De reden waarom juist de schildklier zo gevoelig is voor de straling is vanwege het feit dat jodium makkelijk in de schildklier wordt opgenomen. Daarnaast weten we nu dat jodium ook in andere weefsels kan worden opgenomen door de Natrium-Jodium-Pomp.

Het gevolg van een jodium tekort op de opname van radioactief jodium, I-131.

Ten tijde van een jodiumtekort zal de schildklier (en mogelijk ook de andere jodiumhoudende weefsels) makkelijker en sneller jodium opnemen. Dat doet het onder andere door het aantal Natrium-Iodide pompjes in de cellen te verhogen. Dat betekent in het geval van I-131 dat ook dit makkelijker en sneller kan worden opgenomen. Om dat te voorkomen worden jodiumpillen geadviseerd ten tijde van een ramp om het voor I-131 moeilijker te maken opgenomen te worden. De dosering daarvan bedraagt rond de 130 mg per dag middels kalumiodide. Bijzonder is dat niemand zich dan nog zorgen maakt om een te hoge dosering jodium. Begrijpelijk gezien de gevolgen van I-131. Maar boeiender is dat er eigenlijk nooit problemen worden gezien bij een dergelijk hoge dosering.

Een bevolking die normaal gesproken al een jodiumtekort heeft, loopt echter een hoger risico. In de eerste plaats is een geringere dosering I-131 nodig om dezelfde effecten te bereiken die personen met een normale jodiuminname krijgen. Het zou moeten betekenen dat de straal rond de ramp groter moet zijn dan in bijvoorbeeld Japan. Daar wordt veel jodium gebruikt in het eten, door vis en zeewier. De weefsels en schildklier van Japanners zal dus realtief weinig I-131 opnemen omdat het lichaam al veel normaal jodium binnenkrijgt. Europeanen, waarvan 56% een jodiumtekort heeft, nemen echter wel degelijk ook bij lage concentraties I-131 deze radioactieve stof op.
Rampdeskundigen houden op geen enkele manier rekening met dergelijke variaties, rapporten over jodiumtekort en gaan uit van de standaard regels.
In Europa is 56% van de bevolking jodiumdeficiënt. Dat maakt dat een kernramp in Europa ander gevolgen heeft voor de gezondheid dan in Japan, maar ook voor de preventieve maatregelen na een dergelijke ramp. In scenario’s wordt daar geen rekening mee gehouden.
Ook vanwege deze problemen is er veel voor te zeggen om de Europese bevolking voor te lichten over het bestaande jodiumtekort en maatregelen te nemen dat op te lossen.

Conclusie

Een kernramp zoals in Japan zal in Europa ongetwijfeld leiden tot een hogere opname van I-131 dan in Japan, eenvoudig vanwege het feit dat Japanners van nature meer jodium dagelijks binnenkrijgen en 56% van de Europeanen (en o.a 80% van de Belgen, 75 % van de Denen etc) jodium deficiënt zijn.
Dat kan leiden tot meer gezondheidsschade van I-131 na een kernramp in Europa, aangezien Europa van alle werelddelen het werelddeel is met het hoogste percentage jodiumtekort onder de bevolking.
Het zou moeten betekenen dat de straal rondom een ramp waarin mensen extra jodiumpillen krijgen groter moet zijn dan in gebieden waar geen jodiumtekort voorkomt, zoals Japan. Maar het zou ook moeten betekenen dat jodiumpillen eerder worden uitgedeeld en bij veel lagere concentraties I-131 dan in een land als Japan. Het betekent in feite dat dergelijke maatregelen maatwerk horen te zijn en rekening moeten houden met diverse andere factoren.
Desalniettemin zou de eerste beschermende stap moeten zijn ervoor te zorgen dat er geen jodiumtekort op een dergelijke schaal in Europa kan voorkomen. Dat is heel eenvoudig te bereiken door de concentratie jodium per kg zout te verhogen, jodiumhoudend zout weer te verplichten en die verplichting uit te breiden naar andere producten, zoals chips, kant en klare maaltijden etc.