Jodium tijdens de kinderjaren

Jodium speelt een grote rol tijdens de ontwikkeling van het ongeboren kind in de baarmoeder. Dat speelt zich voor een groot deel af op het gebied van de hersenen maar speelt ook een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de motoriek, zaken die overigens goed gerelateerd aan elkaar kunnen zijn.


Na de geboorte stopt deze rol echter niet. Het was niet voor niets dat het onderzoek van Marine in 1918 zich met name richtte op kinderen. Zij lijken toch gevoelig te zijn voor een jodiumtekort. Ook diverse onderzoeken laten dat inmiddels zien. De belangrijkste ontwikkelingseffecten zijn hieronder genoemd.


Allereerst is het opvallend dat tijdens de ontwikkeling kinderen vooral tussen de 6-12 jaar gevoelig lijken te zijn voor de ontwikkeling van een licht vergrote schildklier (struma). Vooralsnog is daar weinig onderzoek naar gedaan en wordt het vaak afgedaan als een fysiologisch verschijnsel. Dat is op zich terecht waarbij direct de vraag zou moeten worden gesteld waarom. Het is de fase die het kind voorbereidt op de puberteit en een fase waarin een forse ontwikkeling wordt doorgemaakt. We weten uit alle publicaties dat jodiumtekort hoofdoorzaak nummer 1 is van struma. Het is dan ook niet meer dan logisch ons af te vragen of er toch een relatief jodiumtekort aanwezig kan zijn in deze jaren. Dat zou te maken kunnen hebben met een verhoogde behoefte van het kind die past bij de levensfase. Mogelijk hebben kinderen in deze fase een andere behoefte dan in andere levensfasen. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat zij gevoeliger zijn voor storende factoren. Het lijkt van belang dit in ieder geval verder te bekijken en deze schildklieraanpassing niet als normaal fysiologisch te zien maar als een aanpassing aan een suboptimale situatie.


In diverse onderzoeken zijn relaties vastgesteld tussen de intelligentie ontwikkeling van het kind en de negatieve effecten van jodiumtekort daarop. Daarbij kan er discussie zijn over de mate waarin dit effect optreedt. Regelmatig wordt een IQ vermindering van 10-15 punten genoemd.


Hetzelfde geldt voor de effecten op de sociale ontwikkeling. Ook deze wordt negatief beïnvloed door jodiumtekort. Bij kinderen die zijn opgegroeid met een jodiumtekort is aangetoond dat de negatieve effecten op sociale ontwikkeling, intelligentieontwikkeling en de fijne motoriek in ieder geval deels verbeterd worden door jodiumsuppletie.


Recent Italiaans onderzoek heeft laten zien dat kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap een jodiumtekort hadden een verhoogd risico hebben op de ontwikkeling van ADHD op latere leeftijd. Het onderzoek gaat daarbij voorbij aan het feit dat als de moeder een dieet heeft dat heeft geleid tot een jodiumgebrek dit dieet ook zijn effecten kan hebben op de rest van het gezin. Dat geldt uiteraard ook voor het kind na de geboorte vanaf het moment van (borst) voeding. Het lijkt dus logisch te onderzoeken of jodiumgebrek bij het kind zelf een oorzaak is van ADHD. Dit is nog waarschijnlijker door onderzoeken die hebben aangetoond dat dieet een positief effect heeft op ADHD bij het kind. Jodium lijkt een eerste aanknopingspunt in de zoektocht welke bouwstenen in het dieet een positief effect hebben.


In Nederland is momenteel geen zicht op de aanwezigheid van jodiumtekort bij kinderen en evenmin bij zwangere vrouwen. In de afgelopen 10 jaar zijn geen goede studies hiernaar verricht. Aangezien het preventieve effect van jodiumsuppletie de grootste winst voor de gezondheid oplevert met de minste kans op bijwerkingen, ligt het zeer voor de hand te beginnen met de kinderen en zwangere vrouwen. Ook organisatorisch is dit het eenvoudigste te realiseren. Immers alle zwangere vrouwen komen in Nederland bij een verloskundige en alle kinderen komen regelmatig op het consultatiebureau. Daarnaast is onderzoek naar de effecten op ADHD (maar mogeljk ook gedragsstoornissen) eveneens goed in kaart te brengen.