Jodiumtekort | Ook een Nederlands probleem
De gevolgen van jodiumtekort zijn al lang bekend. Daarbij is in het verleden gekozen voor de term Iodine Deficiency Disorders. Belangrijk daarbij is te realiseren dat het hier een onderverdeling betreft die al vele jaren bestaat en niet meer helemaal in lijn is met de huidige nieuwe inzichten. Desalniettemin is de lijst nog zeer bruikbaar maar moet eigenlijk worden uitgebreid.
Over het algemeen betreft het vooral de ernstigere uitingen van jodiumgebrek. Daarbij is duidelijk dat jodiumtekort in alle fasen van het leven een grote invloed heeft op de gezondheid. In de meeste Westerse landen zijn de meest extreme vormen van ernstig jodiumtekort vrijwel verdwenen. Het gaat dan vooral om het zogenaamde cretinisme.
Struma
De opgezette schildklier (struma) komt nog wel steeds voor, maar meestal bij minder dan 5% van de bevolking, passend bij de doelstelling van de WHO. In Nederland betekent 5% overigens nog altijd 800.000 inwoners. Een deel van de mensen met een struma heeft een ontstekingsziekte en heeft jodiumtekort niet als oorzaak. Echter, deze aandoening is zeer zeldzaam. Het grootste deel heeft vaak een struma zonder duidelijke oorzaak en vaak ook nog eens met normale schildklierfuncties. Daarvan is echter niet duidelijk hoeveel procent daarvan mogelijk een jodiumtekort heeft. Dit heeft te maken met het feit dat alle artsen in Nederland tijdens hun opleiding hebben geleerd dat jodiumtekorten in Nederland niet voorkomen. Zoals diverse rapporten aantonen, is dat helaas niet waar. Lastig daarbij is dat de wereld van de voedingsepidemiologie nauwelijks overleg heeft met praktiserende artsen om hun gegevens te koppelen aan de dagelijkse praktijk van de artsen. Dat zorgt er uiteindelijk voor dat de artsen denken dat er geen jodiumtekort bestaat en de voedingsdeskundigen ervan uit gaan dat als het gemiddeld genomen in orde is er geen probleem zal bestaan voor individuele gevallen. En dat betekent dat beide werelden met blinde vlekken langs elkaar heen blijven werken.
Helaas is het heden ten dage weer net als 90 jaar geleden zo dat patiënten soms geopereerd worden in verband met een fors struma. Dit gebeurde 90 jaar geleden ook totdat Kimball et al lieten zien dat jodiumsuppletie een groot deel van de struma’s kon verkleinen en zelfs doen verdwijnen. Door onze onterechte aanname dat jodiumtekort absoluut niet meer voorkomt opereren we soms weer struma’s daar waar misschien jodium suppletie een beter en meer natuurlijker resultaat zou hebben gegeven. Op z’n minst moeten we deze diagnose en begeleiding overwegen alvorens te opereren. Nu lijkt het soms een stap terug in de tijd.
Hypothyreoidie
Hetzelfde geldt voor de hypothyreoidie, de langzaam werkende schildklier. Wereldwijd en epidemiologisch is jodiumtekort veruit de meest voorkomende oorzaak hiervan. Daarnaast is bekend dat vrouwen een veel hoger risico hierop hebben dan mannen. Verder weten we dat een hypothyreoidie nogal eens optreedt na de zwangerschap. Tenslotte laat de dagelijkse praktijk zien dat met het instellen van de patiënten op hormoonvervangers (Thyrax en Cytomel) de klachten van de hypothyreoidie vaak aanwezig blijven ondanks normale bloedwaarden.
In de huidige richtlijnen voor het vaststellen van de oorzaak van hypothyreoidie is geen plaats voor jodiumgebrek. Zelfs in landen die bekend staan vanwege hun jodiumtekort (België, Italië en Frankrijk) wordt niet gezocht naar een jodiumgebrek maar uiteindelijk gestart met een hormoonvervanger. Veel logischer zou het zijn eerst een jodiumtekort uit te sluiten en pas dan te starten met een hormoonvervanger. Aangezien het moeilijk is op individueel niveau een jodiumtekort goed vast te stellen zou ook een proefbehandeling met jodium overwogen kunnen worden, afhankelijk van de ernst van de hypothyreoidie. Om goed om te gaan met deze diagnostiek en begeleiding is een advies van de endocrinologen van belang, waarbij uitgangspunt dient te zijn dat jodiumtekorten in Nederland in individuele gevallen niet zijn uit te sluiten.
Het feit dat patiënten klachten blijven houden na behandeling kan heel goed te maken hebben met het feit dat jodium in veel meer weefsels en organen een rol speelt. Tijdens jodiumtekort wordt het jodium in de niet essentiële weefsels en organen, zoals bijvoorbeeld de huid en spieren, minder opgenomen en mogelijk weggehaald. Dit alles om de essentiële organen (hersenen, hormoon producerende organen en voortplantingsorganen) zo goed mogelijk van jodium te voorzien en daarmee het voortbestaan van het individu maar nog belangrijker de soort te garanderen. Dat betekent echter dat er geen optimaal systeem, maar een aangepast systeem functioneert. Dat kan wel degelijk gepaard gaan met klachten, vooral van niet essentiële organen. Daarnaast zijn de hersenen extra gevoelig voor jodiumtekort, niet alleen tijdens de zwangerschap maar gedurende het gehele leven. Daardoor kunnen er dus ook klachten blijven bestaan die kunnen worden toegeschreven aan de hersenen, zoals bijvoorbeeld prikkelbaarheid en depressiviteit.
Mentale mogelijkheden
Het maakt meteen duidelijk waarom ook bij volwassenen een jodiumtekort gepaard kan gaan met verminderde mentale functies zoals de tabel laat zien. Diverse onderzoeken hebben laten zien dat in ieder geval een deel van de klachten door jodiumgebrek ook weer kunnen verbeteren, als wordt gezorgd voor voldoende jodiuminname. Onduidelijk daarbij is hoe lang het duurt voordat een verbetering is waar te nemen. Waarschijnlijk neemt dit toch een langere tijd in beslag, lijkt ook uit die onderzoeken naar voren te komen.
De laatste jaren is in onderzoeken steeds duidelijker geworden dat jodium ook een effect heeft op de werk capaciteiten van mensen. In tijden van jodiumtekort lijkt er een meer in zichzelf gekeerde maatschappij te ontstaan met minder initiatief. Tijdens suppletie verbetert dit waarmee initiatieven toenemen, de arbeidsproductie toeneemt en uiteindelijk ook de welvaart.
Hyperthyreoidie
Het lijkt tegenstrijdig dat jodiumtekort zowel een te traag als een te snel werkende schildklier kan veroorzaken. Toch is dat wel te verklaren. Op het moment dat er een jodiumtekort optreedt zal het lichaam eerst proberen zo efficiënt mogelijk hiermee om te gaan door alle niet essentiële weefsels van zo weinig mogelijk jodium en mogelijk ook schildklierhormoon te voorzien. Dit gaat lange tijd goed totdat het tekort te lang bestaat of te ernstig is om het lichaam met die aanpassingen op een lager niveau te laten functioneren. Op dat moment kunnen klachten van hypothyreoidie optreden. De meeste mensen worden daarvoor in onze maatschappij behandeld waarmee wel de schildklier stofwisseling wordt aangepast maar nog niet noodzakelijkerwijs de jodiumstofwisseling.
Is de aanpassing van het lichaam op het jodiumtekort dusdanig dat hiermee het lichaam lange tijd op een lager maar nog wel voldoende aangepast niveau kan functioneren dan leidt dat niet tot een hypothyreoidie. De schildklier heeft zich echter wel degelijk aangepast aan het tekort. Dat betekent dat de schildklier veel actiever is geworden voor wat betreft de opname van jodium en niet alleen heel actief zoveel mogelijk jodium probeert op te nemen maar soms ook kleine knobbeltjes ontwikkelt die volledig zelfstandig heel efficiënt schildklierhormoon kunnen aanmaken. Daarmee heeft er dus een verder aanpassing plaatsgevonden om zo goed mogelijk om te gaan met tekort. Neemt echter de behoefte aan schildklierhormoon af of komt er meer jodium binnen via een veranderde voeding dan kunnen problemen ontstaan. De knobbeltjes die zelfstandig het hormoon kunnen maken zijn niet meer goed te controleren en produceren uiteindelijk meer hormoon dan nodig is. Dit gaat gepaard met klachten die passen bij een hyperthyreoidie en geeft ook de bekende schildklierafwijkingen in het laboratoriumonderzoek. Het komt met name voor bij ouderen.
Als we weten dat de belangrijkste oorzaak van hypothyreoidie jodiumtekort is moeten we ons meteen afvragen of klachtenpatronen die sterk doen denken aan hypothyreoidie ook kunnen voortkomen uit jodiumtekort. Des te meer klachten tegelijk aanwezig zijn die passen bij jodiumtekort des te groter de kans is dat patiënten dat ook hebben. Toch zijn er veel patiënten die alle klachten van hypothreoidie hebben zonder abnormale bloedwaarden. We weten echter dat een jodiumtekort pas laat afwijkingen geeft in het bloedonderzoek. Het is dan ook logisch te veronderstellen dat voordat een echte hypothyreoidie door jodiumtekort ontstaat, mensen al lang klachten kunnen hebben die daarbij passen. Daarbij moet vooral gedacht worden aan mensen met fibromyalgie en chronisch vermoeidheidssyndroom.
Verder moeten we ons afvragen of beelden waarvan we weten dat die kunnen ontstaan bij een hypothyreoidie niet ook te maken kunnen hebben met jodiumtekort. Daarbij dient vooral gedacht te worden aan het overgewicht, een te hoog cholesterol, depressiviteit en onvruchtbaarheid. Dit zou kunnen ontstaan door een continue aanwezig mild jodiumgebrek, dat onvoldoende ernstig is om een echte hypothyreoidie te veroorzaken maar ernstig genoeg is om een niet optimaal functionerende schildklierwerking te veroorzaken met alle daarmee samenhangende gevolgen. Nu hebben we vaak geen goede verklaring, maar een verstoorde stofwisseling door voedingstekorten is zeer aannemelijk. Dat geldt ook voor de typische man vrouw verdeling van verschillende ziektebeelden alsmede voor het feit dat bepaalde beelden vooral na de zwangerschap lijken toe te nemen.
Nederlandse data over het aantal personen met een onvoldoende jodiuminname (population affected) uit "Iodine deficiency in Europe: a continuing public health problem (WHO 2007)
Schattingen wereldwijd jodiumtekort uit "Iodine deficiency in Europe: a continuing public health problem (WHO 2007)
Schatting van het aantal Europese kindern met een onvoldoende jodiuminname tussen de 6-12 jaar uit "Iodine deficiency in Europe: a continuing public health problem (WHO 2007)