Alternatieve geneeskunde

Een kort woord over vastgeroeste ideeën binnen de medische beroepsgroep. Als er wordt gesproken over vitamines en mineralen komt er vrijwel direct de associatie met alternatieve geneeswijzen op tafel. Er zijn een aantal argumenten waarom dat in dit geval nadrukkelijk niet juist is.


Allereerst heeft het jodium aan de wieg gestaan van de hedendaagse geneeskunde. Het was het eerste middel dat liet zien dat het toedienen van een stof kon leiden tot verbetering van gezondheid.


Ten tweede doen wij daar de pioniers van de geneeskunde ernstig mee tekort. Veel beter is het om ons af te vragen waarom wij er op deze manier op reageren. Immers veel van onze huidige inzichten in de fysiologie komen juist voort uit de onderzoeken die zijn gedaan op dit gebied. Daarnaast maken wij er zelf dagelijks gebruik van. We bepalen natrium, kalium, ijzergehaltes, vitamines aan de lopende band en begeleiden dat frequent. Daarbij geven wij soms eenvoudig een brokje ijzer mee, wat vaak wonderbaarlijk goed werkt. Het meenemen van jodium in die gedachtegang is alleen maar logisch.


In de derde plaats hebben medici op dit gebied de ruimte zelf gegeven aan alternatieve geneeswijzen, alleen al door er nauwelijks nog onderzoek naar te doen. De tijd is rijp om dat gebied weer tot de verantwoordelijkheid van artsen te rekenen. Met de huidige inzichten maar ook met de nieuwe partners op dit gebied zijn grote sprongen te maken. Door het af te doen als alternatief wordt een enorme kans gemist op vooruitgang. Daarbij mogen we de goede wil van de alternatieve geneeswijzen niet negeren. Wat vooral ontbreekt is een solide wetenschappelijke onderbouwing voor de theoretische gedachtes en aannames. Vervolgens ontbreekt vaak het aantonen van de effecten middels patiëntgebonden onderzoek.


Tenslotte is het aantal publicaties van de medische beroepsgroep over vitamines en mineralen enorm. Helaas ontbreekt vaak een vervolgactie. Eenmaal gepubliceerd wordt overgegaan naar de volgende publicatie in plaats van de verantwoordelijkheid te nemen door met de publicatie ook daadwerkelijk iets te doen. In dat opzicht zijn publicaties zoals die er zijn over selenium, vitamine D en jodium een heel goed voorbeeld. Allemaal publicaties in toptijdschriften als The Lancet en New England Journal of Medicine of van onze topinstituten zoals de WHO. In de publicaties worden nogal wat gezondheidseffecten genoemd die van groot belang zijn. Wat ontbreekt is een vervolgactie, al was het maar het opzetten van een landelijk netwerk van preventieve zorg en onderzoek om de juiste vragen en antwoorden te vinden. Het publiceren en lezen van een onderzoek of richtlijn is niet vrijblijvend. Het verplicht de auteur maar ook de lezers tot betrokkenheid en vervolgstappen. Juist van artsen mag dat verwacht worden. Betrokkenheid van burgers kan helpen dat proces op gang te brengen.