Jodiumeffecten
Jodium is niet alleen van belang voor mensen, maar is in de gehele natuur van groot belang. Zonder jodium is leven op aarde in de huidige vorm niet voor te stellen. Het zit vooral in de kern van de aarde en komt in geringe mate voor buiten de aardkorst. Daar zorgen vooral de kelpgebieden voor een verdere verspreiding over land en in de atmosfeer.
Zowel planten als dieren hebben het nodig om de oxidatieve schade die ontstaat tijdens het leven op te kunnen vangen en stofwisselingsprocessen mogelijk te maken. Het leven op land kan vrijwel alleen voldoende jodium binnenkrijgen dicht bij de zee als voldoende zeeproducten (kelp en vis) wordt gegeten.
Naarmate de mens verder landinwaarts leeft des te groter de kans op jodiumtekort en ziekten, dat heeft de geschiedenis overduidelijk laten zien.
Evolutie
Dat past bij de manier waarop tegenwoordig wordt gedacht over de evolutie van mensen. Er wordt vanuit gegaan dat mensen zich hebben ontwikkeld rond de kusten rondom de evenaar. Daarmee was voldoende voedsel met alle benodigde bouwstenen aanwezig een een garantie op voldoende aanmaak van het hormoon vitamine D. geleidelijk aan zijn mensen gaan verhuizen naar noordelijke streken en verder landinwaarts. Dat si gepaard gegaan met aanpassingen van de huidskleur en met het optreden van ziekten.
Jodium is niet alleen van belang voor mensen, maar is in de gehele natuur van groot belang. Zonder jodium is leven op aarde in de huidige vorm niet voor te stellen. Het zit vooral in de kern van de aarde en komt in geringe mate voor buiten de aardkorst. Daar zorgen vooral de kelpgebieden voor een verdere verspreiding over land en in de atmosfeer.
Zowel planten als dieren hebben het nodig om de oxidatieve schade die ontstaat tijdens het leven op te kunnen vangen en stofwisselingsprocessen mogelijk te maken. Het leven op land kan vrijwel alleen voldoende jodium binnenkrijgen dicht bij de zee als voldoende zeeproducten (kelp en vis) wordt gegeten.
Naarmate de mens verder landinwaarts leeft des te groter de kans op jodiumtekort en ziekten, dat heeft de geschiedenis overduidelijk laten zien.
Evolutie
Dat past bij de manier waarop tegenwoordig wordt gedacht over de evolutie van mensen. Er wordt vanuit gegaan dat mensen zich hebben ontwikkeld rond de kusten rondom de evenaar. Daarmee was voldoende voedsel met alle benodigde bouwstenen aanwezig een een garantie op voldoende aanmaak van het hormoon vitamine D. geleidelijk aan zijn mensen gaan verhuizen naar noordelijke streken en verder landinwaarts. Dat si gepaard gegaan met aanpassingen van de huidskleur en met het optreden van ziekten.
Evolutie wordt waarschijnlijk meer door de omgeving dan door de genen bepaald
Survival of the fittest
In dat perspectief is survival of the fittest te beschouwen als de overleving van die personen die het beste waren aangepast aan de omgevingsfactoren en vooral aan de aanwezigheid en toegankelijkheid tot volwaardige voeding. Daarvan uitgaande hebben lichtere huidkleuren een kans gekregen zich te ontwikkelen, maar is een eigenschap als agressie en irritatie eveneens goed te verklaren. Het vergroot immers de kans op toegang tot voeding, zowel direct als hiërarchisch.
Uiteraard is dat vandaag de dag niet meer zo duidelijk aanwezig als vroeger, maar we moeten ons toch afvragen wat de functie van agressie is en welke triggers daarvoor nodig zijn. De afwezigheid van alle noodzakelijke bouwstenen zou wel eens een prikkel kunnen zijn voor agressief gedrag. Daar zijn we ons niet van bewust, maar het is we een oeroud mechanisme die overleving van de soort vergroot. Dergelijke mechanismen zullen nooit uit de genen verdwijnen.
Agressie is noodzakelijk en zinvol voor de soort om de kans op overleving te vergroten bij het vinden van volwaardige voeding. Maar alleen ten tijde van tekorten; is de honger gestild dan zal de agressie afnemen, maar alleen als de voeding alle benodigde bouwstenen bevat.
Genen
Die genen worden vrijwel door iedereen gezien als vaststaande en statische structuren, die allesbepalend zijn. We dienen ons te realiseren dat dit een aanname is die niet eenvoudig valt te bewijzen. In de laatste jaren is steeds duidelijker geworden dat genen helemaal niet zo statisch zijn en dat zaken als vitamines en mineralen de genen aan en uit kunnen zetten. In feite staat het begrip van die biologische regulering van de genen nog in de kinderschoenen. Het is dan ook bijzonder om te zien dat wij toch menen genen te moeten veranderen middels gentherapie, terwijl de regulatie ervan en dus ook van gewijzigde genen niet wordt begrepen. Een zeer risicovolle en onlogische stap.
Jodium is een van de mineralen waarvan is aangetoond dat die het gedrag van genen kunnen beïnvloeden, iets wat ook geldt voor vitamine D.
De genen zijn selchts deels verantwoordelijk voor de uiterlijke verschijning en ziekten. Het lijkt steeds waarschijnlijker dat oovral omgevingsfactoren veel bepalender zijn of "ziekmakende" genen ook daadwerkelijk aan worden gezet.
Jodiumtekort
Ook een Nederlands probleem