Conclusie

Uit de onderzoeken van zowel de WHO als van het RIVM is duidelijk dat jodiumtekort ook in Nederland nog steeds voorkomt en mogelijk de laatste jaren is toegenomen. In het denken van medische professionals hoort jodiumtekort dan ook in de diagnostiek overwogen te worden als oorzaak van lichamelijke klachten. Dat doen we immers ook bij andere mineralen en vitamines die zij zeer regelmatig worden bepaald en aangevuld bij een tekort. Denk daarbij aan het ijzergehalte, het vitamine B12, het foliumzuur, het kalium etc. Jodium daarvan uit te sluiten is inconsequent en onwetenschappelijk.
Dat wordt mede veroorzaakt doordat in het geneeskundig denken geen plaats meer is voor preventie, terwijl bij preventie de sleutel ligt in het verbeteren van gezondheid, het verbeteren van onze levensverwachting zonder ziekte en uiteindelijk een verlaging van onze gezondheidskosten.

Voorlichting en advies
Verder is duidelijk dat de
gevolgen van jodiumtekort zich niet alleen afspelen in de schildklier maar in het gehele lichaam, ook als de schildklierfuncties nog normaal zijn. Het is dan ook niet meer dan logisch dat naar de rol van jodium, ook in relatie tot andere essentiële bouwstenen, veel meer onderzoek wordt verricht. Daarbij is onderzoek naar een goede en betrouwbare bepaling van de individuele jodiumvoorziening van belang. Met de huidige inzichten en technologie is dat ook mogelijk.

Er dient een advies te komen betreffende jodiumgebruik tijdens de zwangerschap, net zoals dat er is voor foliumzuur. Het advies van de WHO kan en mag niet genegeerd worden, zeker niet nu we vanuit het RIVM onderzoek weten dat vrouwen een risicogroep zijn voor jodiumtekort. Artsen hebben de verplichting landelijke richtlijnen op lokaal ziekenhuis niveau in te voeren. Zo hebben overheden en daaraan gerelateerde instanties de verplichting mondiale richtlijnen op landelijk niveau in te voeren of te beargumenteren waarom hiervan wordt afgeweken.

Burgers dienen van voldoende informatie te worden voorzien om uiteindelijk ook zelf mee te kunnen denken en hun eigen beoordeling te kunnen maken. Deze website zorgt voor een deel van die informatie waarmee een aanvulling plaatsvindt op de informatie die elders beschikbaar is en waarnaar verwezen wordt bij de links. Uiteindelijk kunnen burgers en patiëntenverenigingen met de kennis die beschikbaar is de juiste vragen stellen en aandringen op verheldering, in dit geval het jodiumtekort. Aan dat proces hoopt deze website een bijdrage te leveren.

Vernieuwing
Het lijkt op dit moment niet verstandig om op individueel niveau extra jodium in te nemen. Allereerst is onduidelijk wie daarvoor in aanmerking zou komen en daarnaast is begeleiding door inhoudsdeskundigen in eerste instantie gewenst. Dit geldt al helemaal als mensen in het verleden of heden gezondheidsproblemen hebben (gehad). Verder strekt het probleem zich verder uit dan jodiumtekort alleen en kunnen ook andere tekorten een rol spelen. Veel beter is om eerst te zorgen dat alle Nederlanders in ieder geval een voldoende inname hebben. Het advies van de Belgische Hoge Gezondheidsraad is in alle opzichten veel beter onderbouwd en kan hiervoor leidend zijn.
In die groepen kan vervolgens worden bekeken of een hogere dosering jodium ook een verder verbetering van de gezondheid geeft. Daarnaast dienen subgroepen te worden onderzocht op de effecten van jodiumsuppletie. Daarvoor komen in eerste instantie onbegrepen syndromen zoals chronisch vermoeidheidssyndroom, fibromyalgie en ADHD in aanmerking. Van deze drie is of op basis van de gelijkenis met hypothyreoïdie klachten of op basis van eerder onderzoek aannemelijk dat jodiumtekort een oorzaak kan zijn voor de syndromen.

Vernieuwing kost vaak veel tijd en geld. Gelukkig geldt dat voor dit probleem in geringere mate. Heel veel is al bekend maar wordt onvoldoende uitgewerkt of niet in samenwerking verder onderzocht. Verder is de factor geld zeer betrekkelijk. Er is geen onderzoek naar nieuwe medicijnen nodig, de essentiële bouwstenen zijn bekend, kennen geen patent en zijn goedkoop. Wel dient een goede infrastructuur te worden neergezet maar in het huidige ICT tijdperk is ook dit veel beter en goedkoper dan voorheen te realiseren. Daarnaast zal er wel bereidheid moeten zijn om in de aanloop te willen investeren in meer fundamenteel onderzoek. Ten slotte moet er personeel beschikbaar zijn voor de preventieve begeleiding. Dit hoeven geen artsen te zijn, waarbij overigens artsen wel betrokken dienen te zijn. Dat maakt de kosten al veel lager. Wel is het zo dat in de aanloopfase van preventieve zorg kosten moeten worden gemaakt. Als de effecten van preventieve zorg maar 25% zijn van wat in alle publicaties wordt aangenomen dan is de winst uiteindelijk enorm. Het betekent uiteraard een verschuiving van geld van curatieve naar preventieve zorg en hetzelfde zal gelden voor medewerkers. Naast deze financiële winst in de gezondheidszorg zijn er ook nog de maatschappelijke winsten, zowel sociaal als economisch.


Discriminatie van gezondheid
In die vormgeving van vernieuwing dient nadrukkelijk aandacht te zijn voor de huidige toegankelijkheid tot goede voeding. Toegankelijkheid tot goede voeding is te beschouwen als een individueel grondrecht en daarom de verantwoordelijkheid van de politieke vertegenwoordigers. Die lijken zich niet te (willen) realiseren dat er vandaag de dag in hoge mate aan dit grondrecht wordt getornd.
Goede voeding is steeds vaker slechts toegankelijk voor een minderheid van de bevolking. Niet vanwege het feit dat er geen goede voeding aanwezig is, maar vanwege het feit dat de prijs van goede voeding door grote groepen niet is op te brengen.
Wat dat betreft dienen ook instanties als de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum hier rekening mee te houden in hun adviezen. Kennelijk staan de hoogleraren en wetenschappers vandaag de dag te ver van het gewone volk af om zich nog te realiseren hoe het is om rond te komen van een minimum inkomen met opgroeiende kinderen. Twee maal per week vis is voor velen onbetaalbaar en de adviezen missen dan ook elke realiteitszin en zijn alleen op te volgen voor een selecte groep binnen de maatschappij.
Daarmee is er een vorm van discriminatie in de maatschappij ontstaan door economische ontwikkelingen. Lagere inkomens hebben onvoldoende toegang tot goede en duurdere voeding terwijl de 'snelle hap' in de meeste gevallen goedkoper is. Daardoor hebben zij een lagere kans op goede gezondheid, een hogere kans op ziekte en uiteindelijk ook een lagere kans op de arbeidsmarkt waarmee de vicieuze cirkel rond is. Dat zien we terug in de levensverwachting van de lager inkomens die veel lager ligt dan bij de hogere inkomens.
Deze vorm van
discriminatie van gezondheid is verwerpelijk en noodzaak tot politieke keuzes en maatregelen. De eenvoudigste maatregel is het zwaar subsidiëren van gezonde voeding zodat het financieel niet alleen kan worden opgebracht maar ook interessanter is, mits de prijsvan gezonde voeding natuurijk aanmerkelijk lager ligt dan de ongezonde voeding. Amerika laat zien hoe het niet moet. Daar is goede voeding bijna onbetaalbaar en zelfs niet meer overal te verkrijgen. De politiek heeft de plicht het grondrecht op toegankelijkheid tot gezonde voeding en daarmee op gezondheid te beschermen met alles wat daarvoor nodig is.

Keuzes maken
De discussie
zou dan ook niet alleen over de vraag moeten gaan hoeveel mensen precies een jodiumtekort hebben en wie er exact gelijk heeft in dit vraagstuk. De discussie zou zich moeten toespitsen op de vraag hoe we dit beter in kaart gaan brengen en de onderzoeken hiernaar kunnen inrichten met de goede vraagstellingen en daarbij horende metingen. Vooruitkijken in plaats van terugkijken, kansen grijpen in plaats van steeds maar weer bezwaren opwerpen. Dat laatste gebeurt helaas nogal eens om de eigen veilige posities van de huidige instanties en personen af te schermen.

We moeten ons afvragen wat wij te verliezen hebben met een dergelijk onderzoek. De bedragen die alleen voor dit jaar al extra worden uitgegeven aan het wegwerken van de wachtlijst in de jeugdzorg zijn exorbitant (200 miljoen). Veel kinderen daarvan hebben gedragsproblemen en er is slechts een fractie van die 200 miljoen nodig om onderzoek te doen naar de effecten van jodiumsuppletie en de tekorten die in deze groep voorkomen. Daarbij dient naast jodium tevens aandacht te zijn voor selenium, vitamine C en vitamine D op basis van de huidige (top) literatuur. Grote percentages van de bevolking hebben van deze nutriënten een tekort. Voor vitamine D en C is dat respectievelijk 40 en 15 %, overeenkomend met 6,4 en 2,4 miljoen Nederlanders. Elke dag vertraging om dit vorm te geven is een dag teveel.





Jodiumtekort
Ook een Nederlands probleem